Pannenkoekplant (Pilea) stekken: Hoe je babyplantjes correct verwijdert
Je Pannenkoekplant gaat baby's maken: tijd voor actie!
Zie je die kleine plantjes al verschijnen? Die schattige, ronde bladeren die omhoog komen piepen naast je grote moederplant?
Dat is het teken dat je Pilea peperomioides, de Pannenkoekplant, in topvorm is. Ze is zo blij met haar leven dat ze haar geluk wil delen.
En dat doet ze door middel van uitlopers, oftewel 'babys'. Je hoeft ze niet meteen te scheiden, maar het is wel een superleuke manier om je plantenfamilie uit te breiden. Of om cadeau te doen aan een vriend. In deze handleiding leiden we je er stap voor stap doorheen.
Geen ingewikkelde fratsen, gewoon doen wat werkt. Lekker praktisch. Het mooie van een Pilea is dat hij bijna om aandacht vraagt.
Zodra er een baby is, kun je 'm wel weghalen. Je moederplant wordt er zelfs blij van, want dan houdt ze weer energie over voor nieuwe bladeren. Dus pak je schaar of mes, en laat die plantenbaby's maar komen.
Denk niet dat je een groene vinger nodig hebt. Dit is makkelijker dan een ei bakken.
Zolang je een beetje oplet, heb je over een paar maanden een heel plantenleger.
En trust me, dat voelt als een kleine overwinning. Dus, aan de slag!
Wat je nodig hebt: je stek-kit
Voor je begint, is het handig om alles bij de hand te hebben.
Niets is vervelender dan met vieze handen door het huis te lopen zoeken. Zorg dat je de volgende spullen klaarzet. Je hoeft niet meteen naar de duurste winkel, de meeste dingen heb je waarschijnlijk al. De basis is een scherp en schoon gereedschap.
Een bot mes of een vieze schaar kan infecties veroorzaken, en dat wil je niet. Denk aan een stanleymesje of een kleine snoeischaar.
Ook handig: een glas water, een klein potje met gaten in de bodem en wat potgrond.
- Gereedschap: Een schoon stanleymesje of een scherpe snoeischaar (€3-€7).
- Voeding: Een flesje wateroplosbare plantenvoeding, zoals Pokon Vloeibare Voeding voor Groene Planten (€4-€6).
- Aarde: Een zak potgrond voor kamerplanten, eventueel met wat perlite erdoor (€3-€5).
- Potten: Kleine potjes van ongeveer 6-8 cm diameter. Hergebruik oude potjes, of koop nieuwe bij de Action of tuincentrum (€1-€2 per stuk).
- Wortelstimulator (optioneel): Dit poeder helpt de wortels sneller te groeien, zoals van DCM (€5-€8). Niet perse nodig, maar het helpt.
- Water: Een gieter of een simpel glas water.
Specifieke potgrond voor kamerplanten werkt het beste, bijvoorbeeld van Pokon. Hier is je boodschappenlijstje: Je hoeft echt geen geld te spenderen aan dure merken.
Een potgrond van het Kruidvat werkt ook prima. Het gaat om de liefde die je erin stopt, niet om de spullen. Zorg wel dat alles schoon is, dat is het halve werk.
Stap 1: De baby spotten en losmaken
Allereerst moet je de babyplantjes zien te vinden. Ze groeien vaak pal naast de moederplant, soms zelfs er een beetje tegenaan.
Je ziet een stengeltje met een paar kleine ronde bladeren. Soms zitten ze diep verstopt tussen de grote bladeren.
Even voorzichtig de bladeren opzij schuiven helpt. De baby's zitten vast aan een soort horizontale uitloper, een 'stoloon'. Dit is een dunne stengel die over de grond loopt.
Je moet deze stengel doorknippen om de baby te scheiden. Doe dit altijd dicht bij de moederplant, maar zorg dat je de moederplant zelf niet raakt.
Soms zit de baby zo vast dat je hem er zo aftrekt. Dit kan, maar het is riskant. Je kunt dan de wortels van de moederplant beschadigen. Beter is het om de uitloper door te knippen op ongeveer 2 à 3 centimeter van de baby af.
Zo hou je een klein steeltje over om vast te houden. Een veelgemaakte fout is om de baby te vroeg te verwijderen.
Wacht tot het plantje minimaal 3 à 4 blaadjes heeft en ongeveer 5-10 cm hoog is. Is het nog een mini-knopje? Laat het dan nog even zitten. Het heeft de kracht van de moederplant nodig om sterk te worden.
Stap 2: Kies je methode: water of grond?
Nu je de baby in je handen hebt, kun je kiezen. Ga je hem direct in de grond zetten of laat je hem eerst wortelen in water?
Beide werken, maar water is vaak makkelijker omdat je ziet wat er gebeurt. Zo weet je precies wanneer je hem in de aarde kunt planten.
Optie A: Wortelen in water Dit is mijn favoriet. Het voelt een beetje als een science-experiment. Je ziet de wortels groeien en dat is super bevredigend.
Pak een glas of een vaasje en vul dit met lauwwarm water.
Doe er een klein scheutje wateroplosbare plantenvoeding bij (volg de dosering op de fles, meestal een dopje op een liter). Zet de babyplantjes van je pannenkoekplant in het water. Belangrijk: laat alleen het onderste stukje van het stengeltje in het water zitten.
De bladeren moeten boven water blijven. Anders gaan ze rotten.
Zet het glas op een lichte plek, maar niet in de felle, directe zon.
Ververs het water elke week. Zo voorkom je dat het water troebel wordt en bacteriën gaat vormen. Na ongeveer 2 à 4 weekjes zie je eerste witte worteltjes verschijnen.
Zodra ze een centimeter of 3 lang zijn, is het tijd om ze in de grond te zetten. Optie B: Direct in de grond
Dit gaat sneller, maar je ziet niet wat er onder de grond gebeurt.
Je hebt een grotere kans dat de baby het begeeft als hij geen wortels maakt. Gebruik kleine potjes van 6 cm.
Vul ze met luchtige potgrond (meng eventueel wat perlite door de aarde voor extra drainage). Maak met je pink of een potlood een gatje in het midden, ongeveer 2 cm diep. Doe een beetje wortelstimulator poeder op de onderkant van het stengeltje (als je dat hebt). Stop het stengeltje in het gatje en druk de aarde voorzichtig aan. Dit is ook een handige techniek als je een Bromelia wilt vermeerderen.
Geef een klein beetje water. Deze methode vereist wat meer geduld.
De baby moet eerst wortels ontwikkelen voordat hij verder groeit. Houd de grond licht vochtig, maar niet drijfnat. Na een maand of 2 moet je nieuwe bladeren zien verschijnen, een teken dat de wortels zijn aangeslagen.
Stap 3: De zorg voor je nieuwe aanwinst
Je baby's zitten nu in hun eigen potje. Nu begint het echte werk pas: zorgen dat ze overleven.
Het is net als met een pasgeboren baby, ze zijn kwetsbaar. Ze staan namelijk nog niet sterk in hun schoenen.
De juiste plek en het juiste water zijn essentieel. De eerste paar weken na het poten is het belangrijk dat de grond niet uitdroogt. Voel elke dag even met je vinger of de bovenste laag aarde nog vochtig is. Is het droog?
Geef dan een klein beetje water. Te veel water is de grootste moordenaar van stekjes. Hun worteltjes kunnen dan niet ademen en gaan rotten. Wil je eens experimenteren met Peperomia argyreia stekken via het blad? Wat betreft licht: Pilea's houden van veel licht, maar niet van brandende zon.
Zet je stekjes op een plekje met helder, indirect licht. Een plekje iets terug van een raam op het oosten of westen is perfect.
In de felle middagzon op het zuiden verbranden de kleine bladeren snel. Na een maand of 3 mag je beginnen met een klein beetje voeding.
Gebruik weer die vloeibare plantenvoeding, maar begin met de helft van de dosering die op de fles staat. Je wilt de jonge worteltjes niet verbranden met te veel zouten. Rustig aan opbouwen is het motto.
Veelgemaakte fouten bij het stekken
Ik heb ze allemaal gemaakt, dus maak je geen zorgen. De meest voorkomende fout is te veel water geven.
We denken dat we de plant helpen, maar we verdrinken hem bijna.
Een stekje heeft maar een klein beetje water nodig. Liever een dag te droog dan een uur te nat. Een andere fout is het verkeerde gereedschap gebruiken.
Een botte schaar verplettert de fijne stengelcellen, waardoor de plant moeite heeft om te herstellen en sneller ziek wordt. Een schoon, scherp mesje maakt een schone snede.
Desinfecteren met een beetje alcohol of branden met een aansteker werkt ook. Als je in water stekt, vergeet dan niet het water te verversen. Na een week zit het vol met bacteriën en zuurstofgebrek. Dat ruik je vaak ook.
Het water wordt troebel en smerig. Ververs elke week en je stekjes blijven fris en gezond.
Dit is essentieel voor succesvolle vermeerdering. En tot slot: direct in de volle zon zetten. Nieuwe plantjes zijn niet gewend aan de hitte.
Ze verbranden of verdorren. Geef ze de tijd om te wennen.
Begin met een plekje in de schaduw en verplaats ze langzaam naar een lichtere plek naarmate ze groeien. Zo bouwen ze ook zonnekracht op.
Checklist: Is mijn stekje gelukkig?
Om te controleren of je het goed doet, kun je af en toe even checken. Dit zijn de tekenen dat je stekje happy is en goed groeit.
Gebruik dit lijstje als je twijfelt of iets niet goed gaat. Vaak herstelt een plantje zichzelf als je de juiste aanpassing maakt.
- De bladeren staan stevig en zijn mooi groen (geen gele of bruine vlekken).
- Er groeien langzaam nieuwe, kleine blaadjes in het midden.
- Bij water-stekjes zie je witte, gezonde wortels (geen bruine of slijmerige).
- De stengel voelt stevig aan en knikt niet door.
Als het goed gaat, zie je dit: Als het niet goed gaat, let dan op deze signalen: Als je een van de negatieve signalen ziet, paniek niet.
- De bladeren worden geel: te veel water of te weinig licht.
- De bladeren worden bruin en droog: te veel direct zonlicht.
- De stengel wordt slap en zwart: vaak wortelrot door te natte grond.
- Er groeit mos op de grond: het is te vochtig en de luchtcirculatie is slecht.
Pas de verzorging aan. Haal de plant uit de felle zon, laat de aarde wat langer drogen of geef juist water. Planten zijn veerkrachtig. Met een beetje aandacht komen ze er wel weer bovenop. Jij kunt dit!
