Fatsia japonica (Vingerplant) stekken voor binnen en buiten
Een Fatsia japonica, oftewel een vingerplant, heeft iets magisch. Zijn groene, handvormige bladeren zorgen voor een instant jungle-gevoel in je woonkamer of tuin.
En het leuke is: die grote, weelderige struik die je soms in de tuin ziet staan? Die kun je makkelijk zelf namaken. Met stekken. Het is de goedkoopste manier om je plantencollectie uit te breiden of om een cadeautje te geven dat echt iets betekent. Ik leg je precies hoe je dat doet, zowel voor binnen als buiten.
Waarom stekken eigenlijk zo leuk is
Stekken is gewoon planten klonen. Je neemt een stukje van je moederplant en zorgt dat het wortels krijgt.
Zo creëer je een exacte kopie. Dit is handig als je moederplant te groot wordt en je hem wilt verjongen.
Of als je die ene mooie plant bij je schoonmoeder wilt hebben, maar dan uit je eigen tuin. Het voelt een beetje als toveren, maar het is gewoon simpele tuiniersmagie. Je bespaart ook flink wat geld.
Een nieuwe Fatsia japonica van ongeveer 60 cm hoog kost in het tuincentrum al gauw tussen de €25 en €40. Waarom kopen als je gratis nakweek kunt maken?
Bovendien is een zelfgestekte plant veel sterker. Hij is al gewend aan jouw water en jouw licht. Dat maakt hem een stuk minder aanpasstressgevoelig.
De basis: wat heb je nodig?
Je hebt geen dure spullen nodig. Een goede start is het halve werk. Zorg dat je het volgende bij de hand hebt, voordat je begint met knippen.
- Een scherpe snoeischaar of een stanleymes: Schoon is het allerbelangrijkste. Maak je gereedschap af met wat alcohol. Zo verspreid je geen ziektes.
- Stekpoeder (wortelstimulator): Dit is niet perse nodig, maar het helpt enorm. Een zakje van merken als Compo of DCM kost ongeveer €6 en gaat jaren mee.
- Potgrond en perliet: Gebruik geen zware aarde uit de tuin. Luchtige stekgrond is perfect. Meng het met perliet (een soort vulkanisch grind) in een verhouding 1 op 1.
- Kleine potten: Steninen potjes van 9 of 12 cm doorsnee zijn ideaal. Zorg dat ze schone gaten onderin hebben.
- Doorzichtige plastic zakken of een propagator: Dit zorgt voor de broeikas-vochtigheid die een stek nodig heeft om te overleven.
Stap voor stap: de stekken maken
Het moment is daar. Je Fatsia japonica zit vol met energie. De beste tijd om te stekken is in het voorjaar (maart-juni) of in de nazomer (augustus-september). De plant is dan in actieve groei en herstelt sneller.
- Zoek de juiste stengel: Kijk naar je plant. Je wilt geen oude, houtige takken. Je zoekt een jonge, groene scheut. Het liefst een stukje dat net wat harder groeit dan de rest.
- Knip de stek: Knip een stuk van ongeveer 10 tot 15 cm af. Zorg dat je onder een bladknoop knipt (dat puntje waar een blad of een takje uit de stengel komt). Dat is waar de meeste groeicellen zitten.
- Verwijder de onderste bladeren: Haal de onderste bladeren eraf. Je houdt alleen de bovenste 2 à 3 bladeren over. Je wilt geen bladeren in de grond stoppen, die gaan namelijk rotten. De Fatsia heeft grote bladeren, dus je kunt ze ook een beetje smaller knippen om verdamping te verminderen.
- Dompel onder in stekpoeder: Doop de onderkant van de stek (de kale stengel) in het wortelstimulatorpoeder. Schud overtollig poeder eraf. Dit middel doodt schimmels en activeert de wortelcellen.
- Plant in de grond: Maak met een potlood of je vinger een gat in de potgrond. Stop de stek erin en druk de grond stevig aan. Geef daarna een klein beetje water, zodat de grond vochtig is, maar niet drijfnat.
De verzorging: van stek naar plant
Nu begint het wachten. Een Fatsia japonica stek is geen snelle wortelaar. Het kan 4 tot 8 weken duren voordat je echt wortels ziet. Soms zelfs langer.
Het allerbelangrijkste is vocht en warmte. Zet de pot op een warme plek, maar niet in de volle zon.
Directe zon op een stek is als een verbranding op blote huid; de stek verdampt zijn water en sterft af. Een plekje bij het raam op het noorden of oosten is perfect.
Of in de schaduw van een andere plant. Doe de doorzichtige zak over de pot of sluit je propagator. Dit houdt de luchtvochtigheid rond de bladeren hoog.
De stek kan dan water opnemen via de bladeren terwijl hij nog geen wortels heeft.
Maak de grond vochtig als je voelt dat de bovenste laag droog aanvoelt. Niet spuiten, maar voorzichtig water geven langs de rand van de pot.
Check of het gelukt is: wortelcheck!
Hoe weet je of je stek het doet? Je ziet misschien geen wortels door de pot, maar er zijn signalen.
- De trekproef: Wacht hier zeker 5 tot 6 weken mee. Voel je weerstand als je heel zachtjes aan de stengel trekt? Dan zijn er wortels gegroeid die zich vastgezet hebben.
- Nieuwe bladeren: Zie je aan de top van de stek nieuwe, frisse bladeren ontstaan? Dat is het teken dat de stek energie krijgt en wortels aan het maken is.
- De kleur: De stengel blijft groen en stevig. Als de stengel bruin en slap wordt, is het helaas mislukt. Gooi hem weg en probeer het opnieuw. Soms lukt het de eerste keer niet, dat is heel normaal.
Is de stek goed geworteld? Dan mag je hem overpotten.
Gebruik nu gewone potgrond voor kamerplanten. Geef de eerste week nog wat extra aandacht, maar de kas-sfeer mag eraf.
Stekken voor binnen versus buiten
Een Fatsia japonica is een sterke plant die het zowel binnen als buiten doet. De manier van stekken is identiek. Het verschil zit 'm in wat je met de moederplant en de baby's doet.
Voor de tuin: Als je een Fatsia buiten in de volle grond hebt staan, kun je daar in het voorjaar stekken van nemen.
Na het stekken kun je de jonge plantjes het beste eerst een jaar in een pot op een beschutte plek in de tuin laten staan. Wil je ook eens een Schefflera via kopstekken laten wortelen? Ze zijn dan nog kwetsbaar voor strenge vorst.
Een volwassen Fatsia japonica kan wel tegen een stootje en overleeft vorst tot ongeveer -15°C, maar een baby is gevoeliger. Voor binnen: Binnenshuis is de luchtvochtigheid vaak lager. Gebruik daarom écht die plastic zak of propagator.
Buiten in de zomer kan de luchtvochtigheid 's nachts al hoger zijn.
Een binnen-stek die goed geworteld is, blijft het liefst binnen, of je kiest voor kruipende kamerplanten als bodembedekkers die in de zomer ook prima als terrasplant naar buiten kunnen.
Veelgemaakte fouten (en hoe je ze voorkomt)
We maken allemaal fouten. Ik heb er ook genoeg gemaakt.
Hier zijn de drie grootste boosdoeners bij het stekken van een vingerplant:
- Te natte grond: Stroperige, natte grond zorgt voor wortelrot. De stek verdrinkt letterlijk. De grond moet vochtig aanvoelen als een goed uitgewrongen spons.
- Te veel zon: Een stek heeft geen energie nodig van de zon, hij heeft rust nodig. Zet hem op een lichte plek, maar uit de felle zonnestralen.
- Grote bladeren: De bladeren van een Fatsia zijn enorm. Ze verliezen veel water. Knip ze gerust wat kleiner of rol ze op. Dit vermindert de waterdruk op de stek enorm.
Praktische tips voor de beste resultaten
Wil je het zekere voor het onzekere nemen? Snijd een stek met een 'hiel'.
Dat betekent dat je een stukje oud hout meeneemt bij de basis van de jonge scheut. Dit stukje bevat vaak meer groeihormonen. Je Fatsia japonica zal hier sneller wortels op maken.
Gebruik je meerdere stekken? Zet ze niet te dicht op elkaar in één grote pot.
Ze gaan dan vechten om water en licht. Geef elke stek zijn eigen kleine potje van 9 cm. Zo kun je ze makkelijker verzorgen en verpoten als ze zover zijn.
Stekken werkt het beste als je de moederplant net een beetje extra aandacht geeft voordat je begint. Bij soorten zoals de Maranta leuconeura stekken is het belangrijk om de juiste knoop te vinden. Geef hem een dag van tevoren wat mest (verdund dus).
Een gezonde moeder geeft een sterke stek. En tot slot: heb geduld.
Planten hebben hun eigen tempo. Soms zit je wekenlang naar een potje grond te kijken waar niets in gebeurt. En dan ineens, na 8 weken, schiet er een wit worteltje door de drainage-gaten. Dat is het moment waarop je denkt: yes, het is gelukt! En dan is het wachten op de volgende stek om weer aan een vriend of familielid te geven.
