Duurzaamheid in de plantenwereld: Zeg nee tegen plastic potjes
Stel je even voor: je staat in de winkel, staat op het punt die prachtige Monstera te kopen, en dan ziekt het. Dat kleine, onhandige plastic potje.
Je weet dat je hem na een maand of twee toch wel in een sierpot gaat zetten.
Waarom eigenlijk al dat plastic? Het voelt als een onnodige stap, een stukje afval dat je direct creëert. Het is tijd om die gewoonte te doorbreken. We gaan voor een plantenwereld die groener is, van wortel tot blad, en dat begint bij hoe we ze in de eerste plaats in huis halen.
Waarom dat plastic potje echt niet meer kan
Een plastic potje is vaak maar voor enkele weken nuttig. Het diende als transportmiddel van de kweker naar de winkel, en van de winkel naar jouw huis.
Daarna belandt het, als het meezit, in de recyclingbak. Maar hoe zit het met de productie? Al dat plastic wordt gemaakt van aardolie, verbruikt energie en water, en belast het milieu voordat het überhaupt je plant heeft gezien. En als je het per ongeluk in de vuilnisbak gooit?
Dan breekt het langzaam af in microplastics die in onze bodem en wateren belanden. We hebben het over een wereldwijd probleem dat start bij die ene, kleine aankoop.
Een plant hoort leven en groei te symboliseren, niet een stukje wegwerpplastic.
Het zit hem in de details. Veel van die potjes zijn gemaakt van laagwaardig plastic dat maar moeilijk te recyclen is. Bovendien is de kleur vaak fel, wat recyclingprocessen bemoeilijkt.
Elk jaar belanden tonnen plastic tuin- en kweekmateriaal in het afval. We weten inmiddels dat plastic in de tuin een slecht idee is; het hoopt zich op en kan gifstoffen afgeven. Dus, waarom zouden we onze planten, die we met zorg verzorgen, starten in een materiaal dat we juist proberen te vermijden?
De alternatieven: van papier tot aarde
Gelukkig zijn er al jarenlang geweldige alternatieven op de markt die niet nieuw zijn, maar nu eindelijk de aandacht krijgen die ze verdienen. De meest bekende is de pot van turfmengsel, oftewel kokospot.
Deze potjes bestaan uit samengeperste kokosvezels en turf. Je kunt ze na gebruik zo in de grond stoppen. De wortels groeien er zo doorheen en de pot zelf verteert langzaam.
Ideaal voor het opkweken van zaden of stekken die je later kunt verkopen via Marktplaats als ze eenmaal groot zijn.
Je vindt ze in allerlei maten, van 5 cm tot 10 cm doorsnee. Een andere sterke speler zijn de potjes gemaakt van champost. Dit is een restproduct van de champignonteelt, een mengsel van paardenmest, kalk en gips.
Het is een zeer voedingsbodem en verteert volledig. Deze potjes zijn vaak steviger en wat donkerder van kleur.
Ze zijn perfect voor planten die je langer binnen wilt houden, bijvoorbeeld als je je mooiste stekjes wilt fotograferen voordat ze de grond in gaan.
Daarnaast zie je nu ook steeds vaker potjes van mycelium, het wortelnetwerk van paddenstoelen. Dit is een innovatief materiaal dat volledig composteerbaar is en een prachtige structuur heeft. En dan is er nog de optie om gewoon te wachten. Stekken die je zelf opkweekt, kun je het beste direct in een glas water zetten.
Zodra de wortels 3-5 cm lang zijn, kun je ze direct in de eindgrond poten. Geen tussentrapje nodig. Of je gebruikt een oude krant om een potje te vouwen.
Het is een beetje knutselen, maar wel 100% plasticvrij en composteerbaar. De wereld zit vol mogelijkheden als je even buiten de standaard plastic pot denkt en je je afvraagt: welke populaire plant hacks werken echt?
Prijskaartje: is duurzaam duurder?
Een veelgestelde vraag is of die duurzame potjes niet een fortuin kosten. Laten we even concreet kijken naar wat je kwijt bent. Een standaard plastic kweekbakje van 6 cm doorsnee kost in de groothandel al gauw €0,05 tot €0,10 per stuk.
In de tuincentra betaal je voor een los potje vaak €0,20 - €0,30.
Een verpakking van 10 papieren potjes (vaak 5 cm) ligt rond de €2,50. Dat is dus €0,25 per stuk.
Op het eerste gezicht lijkt het iets duurder. Maar vergelijk dat eens met een kokospot van 8 cm. Een verpakking van 10 stuks kost ongeveer €4,50.
Dat is €0,45 per stuk. Champost potjes van 9 cm kosten vaak rond de €5,50 voor 10 stuks (€0,55 per stuk).
Je betaalt dus iets meer. Echter, de waarde die je krijgt is anders. Je koopt een potje dat direct de grond in kan, dat voeding toevoegt en waar je geen extra werk aan hebt. Bovendien zijn de materialen lokaal geproduceerd en een restproduct.
De prijs is een weerspiegeling van een eerlijke productieketen. Zie het niet als een meerprijs, maar als een investering in een schonere cyclus.
Praktische tips voor een plasticvrije start
Overstappen op een nieuwe manier van werken kost even tijd om te wennen. Maar het is makkelijker dan je denkt. Begin klein.
Koop een verpakking van 10 papieren of kokospotjes en probeer het eens uit bij je volgende stekproject. Je zult zien dat het net zo makkelijk gaat. Hieronder vind je een lijstje met tips om direct aan de slag te gaan:
- Lees de verpakking: Kijk goed of het potje daadwerkelijk composteerbaar is en of het geschikt is voor jouw doeleinde. Sommige potjes lossen sneller op dan andere.
- Water geven: Papieren en kokospotjes drogen sneller uit dan plastic. Controleer vaker de vochtigheid, vooral bij kleine potjes.
- Kruiden en groenten: Voor het zaaien van kruiden of groenten die je direct buiten plant, zijn kokospotjes ideaal. Je verplant de plant zonder wortelstress.
- Labelen: Gebruik potlood op de potjes. Inkt van stiften kan in de grond belanden. Potlood is veilig en blijft vaak goed leesbaar.
- Zelf maken: Heb je een moestuin? Vouw oude kranten om een blikje of fles en vul het met aarde. Zo recycle je direct je oud papier.
Je merkt het, de overstap is een kwestie van bewust kiezen. Het is een kleine moeite met een groot effect.
De volgende keer dat je in de winkel staat, kies je voor de plant en voor de planeet. Zeg nee tegen het plastic potje en hallo tegen een duurzamere manier van tuinieren. Je plant en de wereld om je heen zullen je dankbaar zijn.
